hanneke fleurig resizeHet is juni 2016 en ik begin net met een nieuwe baan bij de Hanzehogeschool als ambtelijk secretaris van de examencommissie. Het geluk lacht mij toe. Vroeg in de ochtend sta ik onder de douche en voel een knobbeltje in mijn borst.

Een hard knobbeltje dat vast zit aan het vel. De schrik slaat toe, ik verloor namelijk meerder vriendinnen aan borstkanker. 

Snel een telefoontje naar de huisarts. Een week later kan ik terecht. De huisarts vertrouwt het niet en maakt gelijk een afspraak met de Mammapoli in het UMCG. Het is een afdeling waarbij alle onderzoeken naar borstkanker in 1 dag plaatsvinden en indien mogelijk, krijg je aan de eind van de dag gelijk de uitslag. Dat bespaart veel onrust en stress bij de patiënt en dus bij mij.

 De mamma verpleegkundige stelt deze woensdag veel vragen. Komt er borstkanker in de familie voor? En hoe is mijn algemene gezondheid. Nou, ik voel mij zo sterk als een beer. Ook volgt een eerste onderzoek van mijn linkerborst.

Komt er borstkanker in de familie voor?

Vervolgens wandel ik met mijn moeder naar de afdeling radiologie. Elk borst komt 2 keer op de foto. Daarna ga ik weer in de wachtkamer zitten. Ondertussen neemt de spanning bij mij toe. De verpleegkundige komt me weer ophalen en nu gaat mijn moeder mee. Ik ga op de onderzoekstafel liggen voor een echo van beide borsten. De arts-assistent die de echo maakt, roept haar supervisor erbij. De stemming in de kamer slaat om. Ik voel dat het niet zo goed zit. Besloten wordt om een punctie te maken. Een laborant staat klaar om onder een microscoop te kijken of er genoeg materiaal is om te onderzoeken.

De punctie is niet pijnlijk en de verpleegkundige houdt mijn hand vast. Na meerdere keren aanprikken is er genoeg materiaal. Ik kleed me aan en bel mijn vader op:’’pa het is mis, kan je naar het UMCG komen?.’ In afwachting van de uitslag ga ik met mijn ouders lunchen bij het Prinsenhof. Daarna wandelen we langzaam, met een beetje lood in de schoenen, terug naar het UMCG.

U heeft kwaadaardige borstkanker

Het is half 3 en de klokt tikt verder. De arts-assistent roept mij en mijn ouders binnen. ‘’Mevrouw Gibcus, ik draai er niet omheen. U heeft kwaadaardige borstkanker". Ik reageer met de opmerking: "o wat erg dat mijn ouders dit nog mee moeten maken". Verder reageer ik zakelijk en wil vooral zo snel mogelijk weg. De Mamma-verpleegkundige neemt ons mee naar een kamertje. Hier krijg ik de oranje informatiemap uitgereikt. Het is het begin van een lang traject met veel onderzoeken en behandelingen