hannekes blog kleinNormaal zit tussen de laatste bestraling en de eerste chemokuur vier weken. De dokter die mijn bloed beoordeelt zegt dat de bloedwaarden goed zijn, dat ik aan de slag kan met mijn chemoklus. 6 maanden lang 2 keer in de maand, lijkt niet alleen veel, het ís ook veel. 

Mensen die mijn blogs lezen, vinden mij erg positief en vragen of er geen vervelende dingen zijn gebeurd. Nu kies ik er bewust voor om niet alles te vertellen.

 Als het niet klikt

Geen enkele mens is gelijk en dat geldt ook voor ervaringen. Maar er is 1 die ik wel met jullie deel. De eerste dokter is een stagiair en ziet mij niet als mens en vat mij en mijn borstkanker samen in een wiskundige som op papier; graad III, ER positief, HER negatief. Natuurlijk zijn dokters gewoon mensen. Maar mijn raad is: klikt het niet? Maak het bespreekbaar en kijk wat mogelijk is. Gelukkig krijg ik daarna oncoloog-internist Carolien.

Aan de arm van mijn moeder

Elk chemodag verloopt volgens een vast patroon. Een half uur van tevoren neemt een laborante buisjes bloed af. Dit gaat met spoed naar het laboratorium. Daarna zie ik oncoloog Carolien Schröder. Ze neemt altijd de tijd, legt alles uit en heeft geduld met mij als angsthaas nummero 1. Haar ontspannen en vriendelijke houding stellen mij gerust. Als de uitslagen goed zijn, bestelt zij de chemokuur. Daarna ga je naar de chemo afdeling. Hier lig ik dan 3 kwartier in een rode stoel met een infuus. Twee zakjes chemo, twee keer zoutoplossing en dan is het alweer klaar. Daarmee heb ik echt geluk. Andere mensen liggen een hele dag of soms ook wel een week in het ziekenhuis. De chemozusters en broeders verzorgen mij altijd goed. Ik probeer het altijd gezellig te maken. Na afloop loop ik aan de arm van mijn moeder, langs de Martinitoren naar huis, hartje centrum Groningen.

Topsport

Een chemokuur ondergaan is topsport. Ik leef dan ook als een topsporter; eten, slapen en een behandeling. En weer verder. Er is niet zoveel ruimte voor andere dingen. Het is winter en mijn vrienden zijn allemaal snotterig en grieperig. Dat is geen handige combinatie als door de chemokuur de witte bloedlichaampjes elke maand de kritische grens naderen en je weertand verminderen. Het medisch personeel of het nou Oncoloog Carolien Schröder is of de verpleegkundigen, ze zetten zich altijd voor 200 procent in voor de patiënten. Altijd rustig en met een glimlach om de mond helpen ze. En dat is nodig.




Op een avond begin ik te bibberen.

Ook ik ondervind complicaties Op een avond begin ik te bibberen. In de ochtend bel ik naar het ziekenhuis en stelt de verpleegkundige de vraag waarom ik niet eerder bel. De afdeling oncologie is immers voor dergelijke gevallen 24 uur per dag telefonisch bereikbaar. Na het bloed prikken blijkt dat mijn bloedlichaampjes de kritische grens nadert. Gelukkig mag ik naar huis.
Maar op 13 januari 2017 houdt het bibberen niet op. Via de Eerste Hulp beland ik vanwege ruimtegebrek op de afdeling KNO. Ik lig 2 dagen aan de infuus. In de nacht tel ik de fietsers die met licht aan, fietsen op de Oostersingel. Het sneeuwt.

Een uniek en persoonlijk proces.

Als ik terugkijk op mijn chemotijd, schieten verschillende gedachten door mijn hoofd. Mensen denken bij chemokuur aan misselijkheid, haarverlies en andere nare zaken. Bij mij zijn het de vermoeidheid, de koortsaanvallen en de duizeligheid die naar voren komen. Maar ook angst en eenzaamheid. Al heb je honderd mensen om je heen, een chemoklus klaren is voor elk patiënt een uniek proces, die jezelf moet klaren.