De operatiedag nadert,de spanning neemt toe. Ik ben altijd erg bang geweest om geopereerd te worden.

Het inbrengen van een infuus en de narcose lijken me echt eng. Maar de vrees is erger dan de werkelijkheid. Het valt allemaal wel mee. Zeker als chirurg Jansen je op gemak stelt met een gezellig praatje. De zorgvuldigheid en empathische houding van alle medewerkers, valt op. En brengt rust.

Na alle voorbereidingen op de borstsparende operatie, zal op 19 juli 2016 de operatie plaats vinden. Een dag van te voren meld ik me aan bij de inschrijfbalie. Een hele dag met onderzoeken volgt. Eerst spuit een laborante een radioactief substantie in mijn borst, zodat chirurg Jansen mijn lymfeklieren goed kan zien.

Waarom dat is, weet ik tot de dag van vandaag niet.

Vervolgens ga ik naar de afdeling. Een art-assistent meet wederom mijn bloeddruk en werkt een hele vragenlijst af. Daarna ga ik weer naar de afdeling radiologie voor een scan. Waarom dat is, weet ik tot de dag van vandaag niet. Aan de eind van de ochtend ga ik terug naar de afdeling en ga op mijn bed liggen. De deur gaat dicht en daar lig je dan alleen met je gedachten. Gelukkig is er een what’s app steungroep, die mij bezighoudt met grappige opmerkingen over een kabouter, waar ik al dan wel of niet op lijk.

Ook komt de chirurg in opleiding dr. Brussel langs. Hij praat over de operatie en tekent ondertussen snijvlakken op mijn borst, die als leidraad zullen dienen bij de operatie. Om een uur of 4 komt de regieverpleegkundige die zeer ernstig kijkt. Ik vraag aan haar of ze ook kan lachen, immers zo ernstig is het ook allemaal niet.

In de verte zie ik mijn straat liggen.

Ik mag vanaf 22.00 uur in de avond niet meer eten. Die nacht slaap ik niet en kijk vanuit mijn bed naar het verkeer op de Petrus Campersingel en zie in de verte ook mijn straat liggen. Eindelijk is het ochtend. De operatie zal om 12.00 uur plaats vinden. Opeens komt om 10.00 uur een verpleegkundige de zaal oprennen en zij zegt dat ik nu mijn operatieschort aan moet doen en dat ik gelijk naar de operatiezaal ga. Ze parkeren mij in de linnenkamer. De anesthesist komt langs en brengt een infuus aan en vraagt waarom ik zo bang kijk. Tja, ehm…..
Ik lig vervolgens tot 12.00 uur in de linnenkamer. Dan is het tijd voor de operatie. Met bed en al ga ik de operatiekamer in. Het is een futuristische ruimte met veel apparaten. De hele zaal staat vol met mensen. En iedereen geeft mij een hand. Vervolgens geef ik antwoord op de vraag, wie ik ben en wijs nog een keer mijn linkerborst aan. Ook doen ze een cockpit check, waar alles nog een keer wordt doorgelopen. Dokter Jansen, praat nog even gezellig met mij en dan val ik in slaap.

 De operatie is goed verlopen 

Drie kwartier later gaan mijn ogen weer open en vraag ik aan de mensen die rond mijn bed staan wie ze zijn, ik lig immers lekker in mijn bedje thuis te slapen. Ik blijk geopereerd te zijn en lig op de recoverykamer. Na iedereen een high five gegeven te hebben, mag ik naar huis bellen. Mijn pa komt aan de telefoon en ik zeg dat ik er weer helemaal ben. Maar hij betwijfelt dat.
Na een half uur met allerlei check ups, ga ik terug naar de afdeling. Ma staat klaar: ik wil mijn kleren aan, naar het toilet en een boterham met kaas. Daar heb je hulp bij nodig als je aan een infuus vast zit. Aan de eind van de dag komt chirurg dr.Jansen langs om uitleg te geven.

Naast de tumor zijn er 2 lymfeklieren verwijderd, die gecontroleerd gaan worden op eventuele uitzaaiingen. Dokter Jansen vertelt dat ze voor de operatie nog de snijlijnen op mijn borst heeft gewijzigd, om zo een mooier cosmetisch resultaat te krijgen. Ondertussen zit ze in de vensterbank en neemt alle tijd om uitleg te geven over borstkanker en dat het een ziekte is die goed behandeld kan worden.
De volgende ochtend rijdt de auto voor en ga ik duizelig en misselijk naar huis. Het is een van de warmste dagen van 2016. Qua pijn valt alles gewoon mee. Wel blijf ik erg moe. Uitrusten is het devies. Vermoeidheid vormt vanaf dan mijn grote metgezel.

 Ojee dan verlies ik mijn haar.

De daaropvolgende maandag krijg ik een telefoontje vanuit het ziekenhuis, ik krijg eerder mijn uitslag. Wederom voel ik dat dit geen goed teken is. Dat blijkt te kloppen. Dokter Jansen legt uit mijn tumor graad 3 is. Dat betekent dat er geen enkel cel meer normaal is. Naast de bestralingen zal ik dus nu ook chemokuur krijgen. En het eerste wat ik zeg is:’ Ojee dan verlies ik mijn haar. Dus naast bestralingen moet ik nu ook een chemoklus klaren.